Casus studie- en beroepskeuze

Anna heeft zich aangemeld voor een vrijblijvend en gratis oriënterend gesprek. Anna zit op dit moment in VWO-6. Vooral sinds dit studiejaar is ze bezig met de vraag welke studie goed bij haar past. Ze heeft op dit moment een aantal opties in overweging.
In de eerste plaats trekt het haar aan om iets met sport te gaan doen. In haar vrije tijd houdt ze zich veel bezig met sporten en sportles geven. Tegelijk vraagt ze zich af of ze daar wel haar beroep van wil maken; bovendien is de geëigende opleiding daarvoor (ALO) alleen op hbo-niveau te volgen. In de tweede plaats denkt Anna erover om iets te gaan doen in de richting van bedrijfskunde en economie. Ze heeft een meeloopdag op de universiteit gevolgd bij Bedrijfskunde, en dit sprak haar op zich wel aan. Als derde denkt Anna erover om iets met kinderen te gaan doen; ze merkt bij het geven van sporttraining aan kinderen dat ze zich voor hen interesseert en dat ze beschikt over een sterk inlevingsvermogen. Daarom denkt ze erover om bijvoorbeeld Pedagogiek te gaan studeren, of een hbo-studie in deze richting te gaan volgen. Zelf weet Anna niet goed welke richting het beste bij haar past, en of er ook andere mogelijkheden zijn die goed bij haar passen. Bovendien weet ze niet goed of ze het beste kan kiezen voor een hbo- of juist een universitaire studie. Anna wil hierover graag meer duidelijkheid krijgen. We besluiten om een studie- en beroepskeuzeonderzoek te doen.

Uit het onderzoek blijkt dat het wo-niveau qua werk- en denkniveau goed bij Anna past. Voor een hbo-studie beschikt ze over ruime capaciteiten, hetgeen als risico heeft dat het haar vrij makkelijk af gaat en ze er onvoldoende intellectuele uitdaging uit haalt. In haar leerstijl is Anna meer praktisch ingesteld, hoewel het haar in voldoende mate lukt om ook meer theoretische leertaken uit te voeren. Wat betreft haar persoonlijke instelling is ze meer een praktisch en nuchter ingestelde persoon, die niet zozeer gericht is op het kritisch onderzoeken van zaken. Ook in haar voorkeur voor activiteiten is ditzelfde aspect te zien: Anna is meer gericht op uitvoerende activiteiten zoals leiding geven, adviseren, en zorgen en begeleiden, dan op theoretisch onderzoekende activiteiten, zoals onderzoeken, en ontwikkelen en toetsen. We constateren dat zowel voor een hbo- als een universitaire studie wat te zeggen is. De keuze zal vooral moeten afhangen van de inhoud van de opleiding, waarbij het een aandachtspunt blijft dat voldoende intellectuele uitdaging noodzakelijk is.

Anna laat in het onderzoek een duidelijke voorkeur zien voor richtingen waarbij ze actief bezig is en waarbij ze haar behoefte aan afwisseling en uitdaging kan vormgeven. Haar voorkeur voor sport komt daarbij het meest duidelijk naar voren, maar ook voor beroepen in de sector toerisme en vrije tijd toont ze een zeer sterke belangstelling. Daarnaast interesseert het haar in sterke mate om mensen te adviseren en leiding te geven in de zakelijke en financiële dienstverlening. Haar voorkeur voor het zorgen en begeleiden van mensen in de sociaal-begeleidende beroepen is wel duidelijk aanwezig, maar komt het minst nadrukkelijk naar voren.

Als persoon houdt Anna van avontuur, opwinding, dynamiek. Ze wil graag op de voorgrond treden. Haar aanpak is daarbij enigszins ad-hoc en improviserend, en ze is meer een doener dan een denker. Verder is te zien dat ze iets meer zakelijk georiënteerd lijkt: ze begeeft zich graag onder anderen, maar ze heeft niet een uitgesproken hulpvaardige instelling.

Gelet op het totaal van deze uitkomsten zijn we uitgekomen bij deWO-studie International Business and Management. Met deze studie doet Anna  enerzijds recht aan haar intellectuele kwaliteiten, maar is ze anderzijds ook gericht op internationaal georiënteerde activiteiten en ligt de nadruk op management.

Als alternatief kan gedacht worden aan één van de studies International Leisure Sciences, of Bachelor of Science Tourism, die door de NHTV te Breda in samenwerking met de Universiteit van Wageningen wordt aangeboden. Ook de hbo-studies International Leisure Management of International Tourism Management aan de NHTV te Breda zijn serieus te overwegen opties.

We komen tot de conclusie dat bij de andere studies die ze overweegt, meer kanttekeningen te plaatsen zijn. De studie ALO doet wel veel recht aan haar sterke oriëntatie op sport, en aan haar behoefte aan actief bezig zijn. Hierbij bestaat echter wel het risico dat het op termijn te weinig afwisseling, uitdaging en spanning met zich meebrengt. Ook kan het zijn dat tijdens de opleiding verhoudingsgewijs te weinig een beroep wordt gedaan op haar intellectuele vermogens. Het alternatief op universitair niveau, de studie Bewegingswetenschappen, lijkt te sterk de nadruk te leggen op medische en psychologische vraagstukken, wat haar weer minder interesseert.

Een studie in de sociaal-begeleidende sfeer sluit verhoudingsgewijs minder aan bij de uitkomsten van het onderzoek. Enerzijds lijkt een studie op hbo-niveau te sterk gericht op begeleidende aspecten (wat minder eenduidig aansluit), anderzijds lijkt een studie op wo-niveau te sterk gericht op sociaal-wetenschappelijke aspecten die haar weer minder aanspreken.